Corticoïden per os bij een moeilijk te controleren astma: continue toediening of herhaalde korte kuren?
Momenteel wordt veeleer de voorkeur gegeven aan een continue behandeling dan aan herhaalde korte kuren met hoge doses. Maar is dat wel de beste strategie?
Britse vorsers hebben de gegevens doorgenomen van 771 patiënten die zijn opgenomen in het register van moeilijk te controleren astmalijders van de British Thoracic Society, om de risico's van de twee therapeutische opties te evalueren. 57% van de patiënten (n = 443) kreeg continu corticoïden per os na gemiddeld drie jaar follow-up. De dagdosering bedroeg gemiddeld 15 mg (10-20 mg/d). De prevalentie van complicaties van corticoïden in die groep werd vergeleken met die bij 328 patiënten, die slechts af en toe orale corticoïden kregen, gemiddeld 4 keer per jaar (spreiding: 1-6 keer).
Een zware belasting qua corticoïden
Patiënten die continu corticoïden per os kregen, hadden een ernstiger astma en waren desondanks over het algemeen minder goed onder controle te oordelen naar de minder goede longfunctie, het hogere aantal ziekenhuisopnames, visites op de spoedgevallendienst en de nood aan extra korte kuren buiten de exacerbaties (mediaan aantal 5 versus 4 bij de patiënten die geen continue behandeling met corticoïden per os kregen).
Een derde van de patiënten die continu corticoïden per os kregen, werkte helemaal niet meer wegens astma, een derde werkte bij momenten en/of parttime en een derde had een voltijdse baan.
Een zware tol te betalen
De belangrijkste bijwerking van een chronische behandeling met corticoïden is osteoporose. De helft van de patiënten vertoonde osteoporose, maar er was geen significant verschil tussen de patiënten die continu corticoïden per os kregen, en de patiënten die enkel korte kuren kregen.
Dat is waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat de patiënten in beide groepen inhalatiecorticosteroïden in hoge dosering (1600 tot 2000 µg/d) kregen. De incidentie van fracturen was evenwel hoger in de eerste dan in de tweede groep (respectievelijk 3% en 0,3%).
De andere mogelijke bijwerkingen van corticoïden zijn vaker opgetreden bij de patiënten die continu corticoïden per os kregen: 53% van die patiënten heeft minstens 3 complicaties ontwikkeld tegen 20% van de patiënten die korte kuren kregen.
De frequentste complicaties bij patiënten die continu corticoïden per os kregen, waren obesitas (56% versus 45%), diabetes (15% versus 5%), slaapapneu (12% versus 4%), hypercholesterolemie (17% versus 7%), stemmingsstoornissen en depressie (28% versus 14%) en hypertensie (22% versus 15%).
Conclusie
Deze studie toont aan dat continue toediening van corticoïden allesbehalve onschadelijk is en dus enkel geïndiceerd is als er geen andere oplossingen bestaan. Korte kuren met hoge doseringen worden blijkbaar beter verdragen dan chronische toediening van corticoïden. De studie geeft geen informatie over de cumulatieve dosis met de twee therapeutische opties, maar aangezien het mediane aantal korte kuren vrijwel hetzelfde was in beide groepen, durven we er veel om verwedden dat langdurige toediening van corticoïden meer bijwerkingen veroorzaakt dan herhaalde korte kuren.