De spierkracht bij COPD-patiënten verbeteren: altijd mogelijk en heilzaam
Het is ruimschoots bewezen dat lichaamsbeweging een uitstekend cardiovasculair 'geneesmiddel' is. Lichaamsbeweging is echter ook goed voor patiënten met ademhalingsziekten. Probleem is evenwel dat de inspanningstolerantie bij die patiënten soms zeer beperkt is als gevolg van de dyspneu. Wel, daar is nu een oplossing voor gevonden.
Een Nederlandse groep heeft een gerandomiseerde, vergelijkende studie uitgevoerd van versterking van de m. quadriceps met klassieke oefeningen of elektrische neuromusculaire stimulering met een hoge (75 Hz) of lage (15 Hz) frequentie. De studie werd uitgevoerd bij 120 patiënten (52% mannen) die deelnamen aan een programma voor pulmonale revalidatie in het ziekenhuis. De patiënten waren gemiddeld 65 jaar oud, hadden een ernstige COPD (gemiddelde ESW 33% van de theoretische waarde), waren zeer kortademig en hadden minder kracht in de quadricepsspier. Bij de start van de studie was er geen significant verschil tussen de drie groepen. De spierkracht van de m. quadriceps nam significant toe met hoogfrequente neuromusculaire stimulering en met klassieke oefeningen (p < 0,01 in beide gevallen), maar niet met laagfrequente neuromusculaire stimulering (p = 0,43).
In de drie groepen verbeterden het uithoudingsvermogen en de prestaties van de m. quadriceps, daalde de vetmassa in de onderste ledematen en verminderden de dyspneu bij inspanning en de vermoeidheid.
De beste resultaten werden behaald met hoogfrequente neuromusculaire stimulering: + 10,8 newtonmeter versus + 6,1 newtonmeter met klassieke oefeningen. Het verschil was echter niet significant.
Hoogfrequente neuromusculaire stimulering is dus minstens even efficiënt als klassieke oefeningen ter versterking van de spieren en geniet dan ook de voorkeur bij patiënten die te kortademig of te moe zijn om oefeningen uit te voeren.
De studie toont dus ook aan dat versterking van de spieren van de onderste ledematen gunstige effecten heeft bij COPD-patiënten, ongeacht de wijze waarop dat gebeurt.