Bronchuskanker: nooit de moed laten zakken
Als de levenskwaliteit aanvankelijk minder goed is, betekent dat daarom nog niet dat de prognose na chirurgie voor bronchuskanker slecht zal zijn. Geen reden dus om de moed te laten zakken of de heelkundige ingreep te beperken.
De postoperatieve prognose zou minder goed zijn bij patiënten met longkanker en een slechte levenskwaliteit. Dat blijkt echter niet te kloppen, te oordelen naar een studie die werd gepresenteerd op het congres van de American Association for Thoracic Surgery dat heeft plaatsgevonden in Toronto van 26 tot 30 april 2014.
Dat heeft zeer belangrijke klinische implicaties. De auteurs zijn tot die conclusie gekomen na analyse van de gegevens van de ACOSOG Z4032-studie. In die studie werden 212 operabele patiënten die een hoog risico liepen, gerandomiseerd naar een sublobaire resectie of sublobaire resectie plus brachytherapie. Bij alle patiënten werden de levenskwaliteit
(S36 lichamelijke en mentale component) en de ademhalingsproblemen (dyspneuschaal van de University of California in San Diego) prospectief gemeten voor en 3, 12 en 24 maanden na de operatie.
Er was geen verschil in die parameters tussen de twee groepen. Daarom werd de verdere analyse uitgevoerd op de totale patiëntengroep. De totale overleving, de recidiefvrije overleving en de incidentie van bijwerkingen op d30 waren dezelfde ongeacht of de initiële scores hoger of lager waren dan de mediane waarden.
In die groep patiënten die zeer vaak 70 jaar of ouder waren en een slechte longfunctie hadden, correleerde de initiële score van de levenskwaliteit, die weliswaar lager was dan normaal, niet met een slechtere overleving. De overleving was echter minder goed bij de patiënten die voor de operatie ademhalingsproblemen hadden of bij wie de longfunctie na 12 maanden significant was verslechterd.
De studie heeft ook aangetoond dat een sublobaire resectie geen significante negatieve invloed had op de levenskwaliteit en de dyspneu. En zelfs bij de patiënten bij wie de levenskwaliteit of de dyspneu (UCSD-schaal) na drie maanden verslechterd was, werd geen verschil in progressievrije overleving vastgesteld in vergelijking met de patiënten bij wie de scores niet waren veranderd.