Elektronische sigaretten: bondgenoot of vijand?

Er zijn al heel wat artikels over elektronische sigaretten gepubliceerd in de lekenpers, maar ook in de wetenschappelijke literatuur, maar toch weten we er in feite heel weinig over. Een uitstekende reden om even stil te staan bij twee recente studies, die misschien geen definitief antwoord geven, maar toch een aanzet geven tot een constructieve analyse.
Een Amerikaanse groep (1) heeft het effect van de nicotine in elektronische sigaretten op KRAS+ en p53- humane bronchuscellijnen onderzocht (dat zijn twee mutaties die zeer vaak worden teruggevonden in de bronchuscellen bij rokers en ex-rokers).
Ze hebben hun resultaten gepresenteerd op het jaarlijkse congres van de American Association for Cancer Research, dat heeft plaatsgevonden in San Diego van 5 tot 9 april. De blootgestelde cellen vertoonden dezelfde afwijkingen bij pathologisch-anatomisch onderzoek en brachten dezelfde genetische handtekening tot expressie als wat wordt gezien bij blootstelling aan tabaksrook.
Het argument dat elektronische sigaretten volledig onschadelijk zouden zijn op oncologisch vlak, gaat dus niet op, althans bij rokers of ex-rokers.
Een andere groep heeft een studie uitgevoerd bij 3.250 volwassenen van wie er 715 kinderen hadden (2), en de resultaten ervan gepresenteerd op het congres van de Pediatric Academic Societies, dat heeft plaatsgevonden in Vancouver van 3 tot 6 mei. 13% van de volwassenen had de elektronische sigaret geprobeerd en de helft van de gebruikers had nooit gerookt of had vroeger gerookt. De vraag is dan ook of er geen gevaar is op een recidief van of blijvende afhankelijkheid bij ex-rokers en op optreden van afhankelijkheid bij niet-rokers.