BMI: risicofactor van borstkanker, ongeacht "appel-" of "peervorm" van lichaam

Vorsers van de American Cancer Society hebben het verband onderzocht tussen de BMI en de middelomtrek enerzijds en het risico op postmenopauzale borstkanker anderzijds, met en zonder onderlinge correctie voor die twee parameters. Ze hebben daartoe de gegevens van de Nutrition Cancer Prevention Study II doorgenomen betreffende 28.965 overwegend blanke gemenopauzeerde vrouwen die geen hormonale substitutietherapie voor de menopauze hadden gekregen. Deze observationele studie werd gestart in het begin van de jaren negentig. Tussen 1997 en 30 juni 2009 hebben 1.088 vrouwen een invasieve borstkanker ontwikkeld.
De epidemiologe Mia Guadet en medewerkers hebben vastgesteld dat het risico op borstkanker steeg bij toename van het abdominale vet en dus van de middelomtrek. Bij elke stijging van de middelomtrek met 10 centimeter steeg het risico met 13%. Na correctie voor de BMI werd echter geen correlatie meer gevonden tussen de middelomtrek en de incidentie van borstkanker. De BMI is dus belangrijker wat dat betreft. Elke stijging van de BMI met één punt verhoogde het risico op borstkanker met 4%, ongeacht de vorm van het lichaam: "appel", met vooral vet in de borstkas en de romp, of "peer", met vooral ophoping van vet in de heupen, de dijen en de billen.
(referentie: Cancer Causes & Control, april 2014, DOI: 10.1007/s10552-014-0376-4)