Longkanker: de epidemie breidt zich uit, maar niet waar we denken
Niemand zal ontkennen dat roken longkanker veroorzaakt. Roken blijkt echter ook samen te hangen met een toename van het levensniveau.
Longkanker komt vooral voor in de VS, Europa, Australië en China. In Niger wordt er vrijwel niet gerookt en worden nagenoeg geen gevallen van longkanker geregistreerd. In Denemarken, een land waar de registers bijzonder goed worden bijgehouden, bedraagt de prevalentie van longkanker 37,6/100 000 inwoners, het hoogste cijfer in Europa. Naast roken verhoogt ook de leeftijd het risico op ontwikkeling van longkanker zowel bij mannen als bij vrouwen.
Gezien de demografische evolutie zou het aantal gevallen van longkanker dus weleens kunnen stijgen. In China wordt een sterke vergrijzing van de bevolking verwacht tegen 2030. Het aantal gevallen zou dan ook tegen 2030 kunnen stijgen tot bijna 500.000 bij mannen en meer dan 200.000 bij vrouwen. In 2000 was dat respectievelijk 210.000 en 100.000.
Bij ons beginnen de antirookcampagnes hun vruchten af te werpen. Het aantal gevallen van longkanker is tussen 2002 en 2012 weliswaar gestegen (met 29% bij mannen en met 51% bij vrouwen), maar de voor de leeftijd gecorrigeerde prevalentie is tijdens die periode met 4% gedaald bij mannen en met 12% gestegen bij vrouwen.
Volgens de Amerikaanse gegevens hangt de incidentie ook af van het ras van de patiënt. Longkanker komt vaker voor bij Afro-Amerikanen dan bij latino's bijvoorbeeld.
Het is dan ook interessant om eens te kijken naar de epidemiologische veranderingen volgens de geografische situatie. Het rookgedrag en de frequentie van longkanker lopen immers niet parallel. Er moeten dus nog andere factoren meespelen.
De vatbaarheid voor ontwikkeling van longkanker is hoger bij blanken dan bij Aziaten. Mutaties van het EGFR-gen zijn frequenter in Azië dan in Europa en de Verenigde Staten. Hoe meer er wordt gerookt, des te lager is de frequentie van EGFR-mutaties en dat zowel bij Amerikanen als bij Japanners.
Roken zou dus mutaties van het EGFR-gen tegengaan. Dat wil echter niet zeggen dat roken goed is voor de gezondheid, verre van. Enerzijds omdat een kanker met een gemuteerd EGFR-gen een betere prognose heeft en anderzijds omdat dergelijke kankers efficiënter kunnen worden behandeld dan kankers zonder mutatie. Dat betekent alleen dat roken waarschijnlijk een belangrijkere rol speelt bij blanken dan bij Aziaten. Aziaten blijken een meer beschermend polymorfisme te vertonen.
Wat er ook van zij, niet roken en stoppen met roken zijn nog altijd aan de orde.