Gevorderde baarmoederhalskanker: bevacizumab verbetert overleving
The NEJM heeft recentelijk de integrale Tewari-studie (University of California) gepubliceerd die op het congres van de ASCO vorig jaar werd gepresenteerd. Die studie, die gedeeltelijk werd gefinancierd door het NCI, heeft aangetoond dat bevacizumab de overleving bij een gevorderde baarmoederhalskanker verbetert (1). Toevoeging van bevacizumab aan een standaardchemotherapie verbeterde de gemiddelde totale overleving bij patiënten met een gerecidiveerde, persisterende of gemetastaseerde baarmoederhalskanker met bijna 4 maanden.
De 452 patiënten werden gerandomiseerd naar chemotherapie alleen of in combinatie met bevacizumab (15 mg/kg). De chemotherapie bestond in cisplatine (50 mg/m² lichaamsoppervlakte) plus paclitaxel (135 of 175 mg/m²) of topotecan (0,75 mg/m² de eerste drie dagen van de cyclus) plus paclitaxel (175 mg/m² alle dagen van de cyclus). De cycli werden om de 21 dagen herhaald tot ziekteprogressie, optreden van onaanvaardbare toxiciteit of een complete remissie. Het primaire eindpunt van de studie was de totale overleving.
Significante verbetering van de overleving
De studie heeft vooreerst aangetoond dat de twee chemotherapieschema's evenwaardig zijn. Toevoeging van bevacizumab verbeterde echter de totale overleving (17 maanden met bevacizumab tegen 13,3 maanden zonder), dus een daling van het overlijdensrisico met 29% (HR = 0,71; p = 0,004). Ook het responspercentage was hoger bij de patiënten die tevens het biologische geneesmiddel kregen (48% versus 36%, p = 0,008). Zoals te verwachten was, was de incidentie van ernstige bijwerkingen hoger in de groep die werd behandeld met bevacizumab (hypertensie, trombo-embolische complicaties en maag-darmfistels).
Behandeling op maat
Bevacizumab is het eerste biologische geneesmiddel waarvan de efficiëntie bij de behandeling van baarmoederhalskanker bewezen is. Meer dan 70% van de patiënten had al een behandeling gekregen met platinazouten en radiotherapie. In de studie werd het precieze histologische type van baarmoederhalskanker bepaald (adenocarcinoom: 19%, adenosquameus carcinoom: 10%, spinocellulair carcinoom: 68%, andere: 3%). Nu moeten we proberen na te gaan welke factoren de respons op bevacizumab kunnen voorspellen.