Hulpdiensten in Menen worden verzocht Nederlands te spreken
Martine Fournier, CD&V-burgemeester van Menen in West-Vlaanderen, vraagt dat de Franstalige hulpdiensten die aan beide kanten van de taalgrens optreden in de regio rond Moeskroen minstens één Nederlandssprekend personeelslid in hun team opnemen. Het gebeurt namelijk al te vaak dat de artsen geen Nederlands spreken, stelt Fournier.
De burgemeester haalt het geval aan van Rekkem (onderdeel van Menen), dat gemakkelijker te bereiken is vanuit Moeskroen en waar de Franstalige hulpdiensten sneller ter plaatse kunnen geraken.
"Dat is op zich geen probleem, maar het kan tot misverstanden met de patiënten leiden. Het gebeurt immers nog al te vaak dat de artsen of het medisch personeel het Nederlands niet beheersen", onderstreept de burgemeester. "We moeten dat probleem oplossen voor er slachtoffers vallen."
Absurde situaties
Een paar maanden geleden richtte een mini-tornado aanzienlijke schade aan in Rekkem. Een boerderij werd vernield en het dak van een huis vloog weg. Er viel een zwaargewonde. In het Mug-team dat ter plaatse kwam, sprak evenwel niemand Nederlands. De artsen moesten aan de politie en de brandweer vragen om als tolk op te treden.
"Dat zijn absurde situaties waar ik een einde wil aan maken", stelt de burgemeester. Ze vraagt dat de Franstalige hulpdiensten minstens één Nederlandssprekend personeelslid in hun teams opnemen als die de taalgrens oversteken.
Wet op de taalgrens
Gouverneur van West-Vlaanderen Carl Decaluwé erkent dat er een probleem is. "Maar juridisch bekeken stelt geen enkele wet dat een Nederlandstalige arts een Waals interventieteam moet begeleiden. Dat is inherent aan de wet op de taalgrens", verduidelijkt hij.