Nieuwe doelwitten om metastasen bij borstkanker te voorkomen
Het was reeds bekend dat een hoge concentratie van de eiwitten RhoA en ROCK1 de prognose in geval van borstkanker verslechtert. Nu hebben biologen van John Hopkins aangetoond dat die eiwitten de kankercellen ook mobieler maken. Ook al kunnen die verhoogde concentraties in sommige gevallen genetisch worden verklaard, toch zijn de wetenschappers erin geslaagd de belangrijkste factor te identificeren die dit moleculaire proces uitlokt. Het betreft hypoxie, waarbij de bloedvaten de organen van onvoldoende zuurstof voorzien.
Volgens de auteurs van de studie, de professoren Semenza en Armstrong, stijgt de productie van de twee eiwitten aanzienlijk wanneer de kankercellen in de borst worden geconfronteerd met een zuurstoftekort. Die cellen ondergaan ook verschillende structurele wijzigingen. Er vormen zich dunne draden en een soort 'tentakels'. De draden stellen de cellen in staat zich samen te trekken en met de tentakels kunnen ze zich langs de weefsels ophijsen. Op die manier maken de kankercellen zich los van de tumor en verspreiden ze zich in andere lichaamsdelen.
Verder zijn de Amerikaanse wetenschappers er in laboratoriumomstandigheden in geslaagd de mobiliteit van de borstkankercellen af te remmen door gebruik te maken van genetische trucjes die de door hypoxie geïnduceerde factoren onderdrukken.
Al die factoren samen, evenals de genen die coderen voor RhoA en ROCK1, kunnen dus worden beschouwd als therapeutische doelwitten om metastasen te voorkomen bij vrouwen met borstkanker.
(referentie: PNAS, 9 december 2013, doi: 10.1073/pnas.1321510111)