Y-chromosoom nog nodig voor geassisteerde procreatie?
Bij muizen zouden slechts twee genen van het Y-chromosoom nodig zijn voor een geslaagde procreatie: Sry, de testisdeterminerende factor, en Eif2s3y, een factor die de proliferatie van spermatogonia stimuleert. Het resultaat van het experiment dat door vorsers van de Universiteit van Hawai is uitgevoerd, was evenwel niet perfect. Er was een verschil in teelballen tussen de zo gecreëerde muizen en de normale muizen, en bovendien viel de vorming van gameten stil in het stadium van de spermatiden. Die muizen kunnen dus geen jongen krijgen.
De groep van dr. Ward heeft de natuur toen een handje geholpen met de zeer experimentele en omstreden techniek van micro-injectie in de eicel (ROSI, round spermatid injection), waarbij spermatiden worden gebruikt voor IVF. Met die techniek kon het sperma van driekwart van de muizen wel eicellen bevruchten. Die eicellen werden dan ingeplant bij de wijfjesdieren en leverden gezonde, fertiele jongen op.
Twee genen van het Y-chromosoom zouden dus volstaan om een mannetje te creëren. De auteurs waarschuwen dat hun resultaat niet direct kan worden geëxtrapoleerd naar de mens (de mens heeft geen Eif2s3y-gen), maar dat dat toch een optie zou kunnen zijn in geval van onvruchtbaarheid van de man. Je kunt je overigens afvragen, althans bij muizen, of het Y-chromosoom eigenlijk nog nodig is als we erin zouden slagen de twee noodzakelijke genen op andere plaatsen in te bouwen of als hun functie zou worden overgenomen door andere genen.
(referentie: http://www.sciencemag.org/content/early/2013/11/20/science.1242544.abstract?)