Geestesstoornissen en vatbaarheid voor moord
Vorsers hebben de totale volwassen populatie van Zweden (7,2 miljoen personen) onderzocht om na te gaan welk risico patiënten met geestesstoornissen lopen om te worden vermoord. De studie werd uitgevoerd van 2001 tot 2008, met correctie voor sociale en demografische vertekenende factoren. Tijdens die periode werden 615 gevallen van moord geregistreerd.
De sterfte als gevolg van moord was 2,8 per 100.000 persoonjaren bij mensen met geestesstoornissen, tegen 1,1 per 100.000 in de algemene bevolking. Na correctie voor vertekenende factoren was het risico om te worden vermoord 4,9-maal hoger bij patiënten met geestesstoornissen dan bij mensen zonder. Er werd dus een sterke relatie gevonden ongeacht de leeftijd, het geslacht of andere sociale en demografische kenmerken. Het risico was het hoogst bij drugsverslaafden (ongeveer x 9), maar was ook hoger bij patiënten met persoonlijkheidsstoornissen (x 3,2), depressieve patiënten (x 2,6), patiënten met angststoornissen (x 2,2) en schizofrene patiënten (x 1,8). Sociaal-demografische risicofactoren waren het mannelijk geslacht, een status van vrijgezel en een lage sociaal-economische klasse.
(referentie : Crump C et al. BMJ. 2013;346:f557)