Screenen naar carotisplaque stimuleert rookstop niet
Screenen naar de aanwezigheid van carotisplaque zet rokers niet meer aan dan een intensieve rookstopcounseling om te stoppen met roken, of om andere cardiovasculaire risicofactoren onder controle te krijgen. Screenen naar perifere atherosclerose wordt meer en meer toegepast, maar slechts weinig studies evalueerden de klinische impact van dit onderzoek. Dat schrijven onderzoekers in de Archives of Internal Medicine.
Screenen naar de aanwezigheid van carotisplaque zet rokers niet meer aan dan een intensieve rookstopcounseling om te stoppen met roken, of om andere cardiovasculaire risicofactoren onder controle te krijgen. Screenen naar perifere atherosclerose wordt meer en meer toegepast, maar slechts weinig studies evalueerden de klinische impact van dit onderzoek. Dat schrijven onderzoekers in de Archives of Internal Medicine.
Nicolas Rodondi en collega's voerden een gerandomiseerde, gecontroleerde studie om na te gaan of deze screening rokers extra stimuleert om hun leefstijl en cardiovasculaire risicofactoren te verbeteren. Ze randomiseerden 536 rokers (40-70 jaar) naar een interventiegroep die een doppler-ultrasonografie onderging naar de aanwezigheid van carotisplaque of naar een controlegroep die niet aan deze screening werd onderworpen. Beide groepen kregen bovendien individuele rookstopcounseling en nicotinevervangtherapie.
Rokers bij wie plaque werd vastgesteld, kregen de beelden te zien samen met een gestructureerde uitleg. De deelnemers (gemiddeld 51,1 jaar oud en 45% vrouwen) rookten bij aanvang van de studie gemiddeld twintig sigaretten per dag, en dat al sinds gemiddeld 32 jaar. De prevalentie van carotisstenose in de interventiegroep bedroeg 57,9%.
Verschillen
Na een jaar was het rookstoppercentage hoog, maar er was nauwelijks verschil merkbaar tussen beide groepen (24,9% vs 22,1%; P = .45). In de interventiegroep werd er ook geen verschil in rookstop vastgesteld in functie van de aan- of afwezigheid van plaque. De controle van cardiovasculaire risicofactoren zoals bloeddruk, LDL-cholesterol e hemoglobine A1c bij personen met diabetes, en veranderingen in de Framingham-risicoscore verschilden evenmin tussen beide groepen.
De auteurs besluiten dat het screenen naar carotisplaque bij rokers niet bijdraagt tot meer rookstop of een betere controle van de cardiovasculaire risicofactoren dan een intensieve rookstopcounseling.