Vlaams inkomen steeg met bijna de helft afgelopen decennium
Het gemiddelde inkomen in Vlaanderen steeg tussen 1999 en 2009 met iets meer dan 46%. In Brussel nam het inkomen per hoofd de voorbije tien jaar slechts met iets meer dan 31% toe. Wallonië groeide het snelst (bijna 49%).
Het gemiddelde inkomen in Vlaanderen steeg tussen 1999 en 2009 met iets meer dan 46%. In Brussel nam het inkomen per hoofd de voorbije tien jaar slechts met iets meer dan 31% toe. Wallonië groeide het snelst (bijna 49%).
Vooral de inkomenskloof tussen de Brusselaar en rest bevolking stijgt, en wel met 14%. Dat blijkt uit een analyse van de gemiddelde inkomens per inwoner door de FOD Economie.
Het gemiddelde inkomen (netto belastbaar) per inwoner lag in 2009 het hoogst in Vlaanderen: 16.505 euro, of 6,2% boven het Belgisch gemiddelde van 15.535 euro. Het inkomen van de gemiddelde Waal ligt met 14.668 euro 5,6% onder het Belgisch gemiddelde, dat van de Brusselaar met 12.746 euro zelfs 18% onder het Belgisch gemiddelde.
De inkomensevolutie in Brussel botst met de lonen die er worden uitgekeerd. Wie zijn boterham daar verdient, kreeg in 2009 een gemiddeld bruto maandloon van 3.493 euro: 15,4% meer dan het Belgisch gemiddelde (3.027 euro). Het gemiddeld bruto maandloon in Vlaanderen ligt 500 euro lager dan in Brussel: 2.997 euro, in Wallonië is dat 700 euro (2.802 euro). Bovendien zijn de Brusselse lonen de voorbije tien jaar het sterkst gestegen (39,2%), tegen 35,7% in Vlaanderen en 31,8% in Wallonië.
Pendelaars
Reden voor het verschil in inkomens- en loonevolutie is de massale toestroom van pendelaars naar Brussel. Slechts 48,5% van wie werkt in een Brussels bedrijf, woont er ook effectief.
Hoe meer werkende inwoners, hoe hoger de welstand. Vlaanderen zit met een werkzaamheidsgraad van 65,8% in 2009 boven de andere gewesten. Vlaanderen haalt 61,3% van het totale belastbaar inkomen uit lonen en wedden, tegen 56,9% voor Brussel en 57,4% voor Wallonië.
In Wallonië ligt het aandeel van de vervangingsinkomens iets hoger, Brussel haalt relatief veel uit inkomsten uit onroerende goederen en inkomsten van zelfstandigen.