'Eerste ervaringen en stabiliteit primeren nu'

"Het belangrijkste is dat er nu stabiliteit komt. De ziekenhuizen moeten eerst ervaring opdoen met dit vernieuwende financieringssysteem. Zo kan de nadruk volledig verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit."
De regering Michel I is volop in lopende zaken en het ziet er niet naar uit dat daarin snel verandering komt. De voorbije legislatuur zette minister van Sociale zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) hoog in op een nieuwe ziekenhuisfinanciering. Voor Laag Variabele Zorg (LVZ) ging de nieuwe methode op 1 januari van start.
Wat is de stand van zaken? Waar zijn er losse eindjes en hoe evolueert dit dossier verder in de nabije en verre toekomst? Wij vragen, het kabinet van Maggie De Block antwoordt.
Eén kamer
De architectuur van de nieuwe ziekenhuisfinanciering is nog tamelijk beperkt. De LVZ is slechts één kamer in een groot gebouw waarmee ongeveer een tiende van de honoraria gebundeld werd. Klassieke verdeelsleutels bleven 'conservatief behouden'. Een aanzet tot hervorming van het Budget Financiële Middelen (BFM) en tot herijking van de erelonen is er echter nog niet.
Een logische vraag is dan ook wanneer en hoe geneesmiddelen en implantaten - en vervolgens het BFM - in de LVZ geïncorporeerd worden?
Het kabinet herinnert eraan dat het Riziv momenteel nagaat hoe geneesmiddelen en implantaten toegevoegd kunnen worden. "Tegen 1 januari 2021 verwachten we een inkanteling. Een eerste verkennende deelstudie over de hervorming van het BFM had plaats. Deze ging over de toewijzing ("ontrafeling") van het budget aan patiëntengroepen."
Een vervolgstudie met gegevens van meer zieken huizen start 'binnenkort'. "Op basis van deze onderzoeken kiezen we hoe en welke delen van het BFM toegewezen worden aan de gebundelde financiering per laagvariabele patiëntengroep", licht het kabinet toe.
Ambulante honoraria
De verwerking van ambulante honoraria - 30 dagen voor en 30 dagen na ziekenhuisopname - is pas voorzien in fase 5 van het plan van aanpak van 28 april 2015. Dat zal dus zeker niet op korte termijn gebeuren. Wel onderzoekt minister De Block momenteel denksporen rond enkele patiëntengroepen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de inclusie van het pre- en postnataal zorgtraject bij bevallingen. Dit in navolging van de proefprojecten rond bevallen met verkort ziekenhuisverblijf. Ook wordt gekeken naar de inclusie van revalidatie bij heup- en knieprothesen.
'EB-practice tariffs'
Momenteel includeert de LVZ 57 patiëntengroepen. "Dat is uiteraard geen eindpunt. In de toekomst komen ook andere patiëntengroepen met een standaardtraject aan bod," aldus het kabinet. "Momenteel primeert echter de stabiliteit. Ziekenhuizen moeten nu eerst ervaring opdoen met het vernieuwde financieringssysteem."
Een andere vraag is of het globaal prospectief bedrag per patiëntengroep gebaseerd blijft op de mediane nationale uitgaven van de voorbije jaren. "We onderzoeken nu het denkspoor van de 'evidence-based practice tariffs' - een gewogen som van klassieke en dagopname met gewicht volgens activiteit in beide settings nvgv. Dat laat toe de link tussen financiering en zorgkwaliteit nóg meer te versterken."
Quo vadis medium- en hoogvariabele zorg?
De ziekenhuisinanciering is een enorme werf. Vraag is echter waarom minister De Block nog geen stappen zette in de hervorming van de medium- en laagvariabele zorg. Vraag is ook waarin deze aanpak zich zou onderscheiden van de Laagvariabele zorg (LVZ)? Een KCE-studie toonde immers grote overlappingen aan. De a priori vraag of het wel mogelijk is een onderscheid te maken tussen laag-, medium- en hoogvariabele zorg is dus terecht.
Adviesvragen
Het kabinet De Block verwijst naar het plan van aanpak. "Dat voorzag als eerste punt in een sterke vereenvoudiging van de huidige BFM-spelregels voor de mediumvariabele zorg. Daar houden we ons ook aan. We verdelen het nationale (gesloten) BFM op basis van duidelijke, correcte criteria zodat verantwoorde zorg juist wordt gefinancierd. Momenteel lopen er enkele adviesvragen om tot correcte criteria te komen. Daarbij hebben we de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen onder meer ook concrete voorstellen voorgelegd rond de integratie van bepaalde onderdelen van B4 in resp. B1 en B2. Daarop is het nu wachten."
Hoogvariabele zorg
In verband met de hervorming van de hoogvariabele zorg herinnert het kabinet aan een KCE-studie in opdracht van De Block.
Het eindrapport dateert van april 2018. Er blijkt onder meer uit dat landen als Denemarken, Engeland, Estland, Frankrijk, Duitsland en de VS (Medicare) hoogvariabele/moeilijk te voorspellen zorg anders organiseren.
Het KCE-rapport stipt aan dat "al deze landen elementen uitsluiten van standaardfinanciering en deze afzonderlijk vergoeden.
Voorbeelden zijn patiëntengroepen zoals zware brandwonden, producten - dure geneesmiddelen bijvoorbeeld -, gespecialiseerde ziekenhuizen zoals gespecialiseerde pediatrie en patiënten met aanzienlijk hogere of lagere dan gemiddelde kosten ('outliers'). Deze elementen worden op een zeer uiteenlopende manier uitgesloten. Doorgaans gebeurt de keuze in functie van mogelijke effecten op het gezondheidssysteem en in functie van maatschappelijke prioriteiten zoals zorgefficiëntie en -kwaliteit..."
Het kabinet De Block besluit dat het KCE-rapport "nu al" een belangrijk instrument is om een beleid rond hoogvariabele zorg uit te stippelen.