"Handboek Gezondheidsrecht is een primeur"
Met het Handboek Gezondheidsrecht tekenen Thierry Vansweevelt en Filip Dewallens voor een primeur. Nooit eerder werd een dermate breed en gestoffeerd naslagwerk over het domein geschreven. Het boek is niet louter voor juristen bestemd maar beoogt een toegankelijkheid voor een zo breed mogelijk publiek.
Meer dan 4.000 pagina's en jaren werk, maar uiteindelijk is het er. Thierry Vansweevelt en Filip Dewallens, beide hoogleraar aan de UA én advocaten, stelden woensdag 24 september het Handboek Gezondheidsrecht voor. Dit is "ground zero", zeggen ze. Een unicum.
"Wij willen gezondheidsrecht langs alle kanten bekijken en wel op zulk een manier dat we het hele gezondheidsrecht over alle betrokkenen heen konden bespreken. Het eerste volume richt zich vooral op zorgverleners en aansprakelijkheid, het tweede deel op alles wat met patiëntenrechten te maken heeft. Daarin staat zelfs een unicum: nog nooit werd een allesomvattende juridische handleiding geschreven over het juridische statuut van het lijk."
Er werd beroep gedaan op een aantal auteurs, maar beide heren schreven uiteindelijk de helft van het werk zelf. Aan het werk gaat trouwens een lange geschiedenis vooraf. "Het initiële idee ontstond in 1997", verklaren ze. Uiteindelijk zou het nog jaren duren alvorens de koe daadwerkelijk bij de horens werd gevat. In 2010 geloofden ze dat de klus op één jaar tijd te klaren viel. En duizend pagina's zouden ook volstaan, meenden ze. Het werd uiteindelijk het viervoudige, zwoel in omvang als in werktijd.
"Door de denkoefening zijn we ook behoorlijk wat hiaten op het spoor gekomen", geeft professor Vansweevelt meteen toe. "Neem nu het patiëntendossier. Dat wordt per hulpverlener vanuit zijn juridisch en deontologisch statuut opgemaakt. Maar nergens vind je zelfs nog maar minimumnormen, ze verschillen gewoon per beroepsgroep." "Of neem het management van het ziekenhuis", vult Dewallens aan. "Dat is gewoonweg juridisch niet geregeld. Ja, er moet een algemeen directeur zijn en daar stopt het bij. Of het statuut van de hoofdgeneesheer..."
Het kader is er, maar de wetgever zit niet stil ("De voorbije 15 jaar was er wel elk jaar een belangrijke wet."). Over enkele jaren mag dan ook een aanvulling verwacht worden.